WIE OVERWINT DEZE SCHADE?

Aangeboden door GOD en Zijn Helpers:

“Lieve Mensen,

Leer op uzelf te vertrouwen.
Want dáár begint het Léven.

Ik weet, u heeft véél Pijn geleden.
Ik óók.
Maar is dàt dan de Reden om nu zómaar òp te geven?!
Ik dènk het toch níet, hè??

Mensen, Ik gelóóf in jullie.
Maar jullie nog steeds niet in Míj.
Hóe is een Samenwerking dan in Gods Naam mogelijk?
Stelt u zich eens voor, een éénzijdige Relatie?
U wéét toch dat die gedoemd is te mislukken?!

Zó ’n Relatie wil Ik met u NIET aangaan want dat is niet gelijkwaardig.
Door deze Hapering kunnen wij nóóit gaan bouwen.
Want: Ík bepáál, ú volgt.
En dat zou niet eerlijk wezen.

Daarom doe Ik een Beroep op uw Goedgelovigheid en uw Vertrouwen: “Er zal toch íets van waar zijn.
Deze Mensen bij Nurlaila kunnen toch niet stug blíjven volhouden als zij niet weten waar zij het over hebben?
Dan zou je toch een keer door de Mand moeten vallen??”

Ja, Mensen, zo ís het ook.
U mag nú inmiddels gerust aannemen dat wij er voor u zíjn.
Anders was de Wereld allang reddeloos verloren.
Maar denk u eens ín hóe verdomd moeilijk het is om doorlopend “achter de Coulissen” te moeten werken.
Het wordt de Hoogste Tijd dat onze Samenwerking Duidelijk zichtbaar wordt.
Maar dáárvoor heb Ik/hebben wij uw “Ja-woord” nodig.
Zonder uw Toestemming kunnen wij niet bouwen.

En natúúrlijk lijkt het of Ík alles bepaal, maar zo ís het NIET.
U bepaalt zèlf of Ik in uw Leven kom of niet.
Ú bepaalt of Ik uw Leven mag sturen.
Ú bepaalt of u uw Touwtjes uit Handen geeft:
“Lieve Heer, ik kàn niet meer.
Help mij ziende de worden.”
Dan geeft u Mij zóveel Vertrouwen dat u bereid bent Míjn Weg – die tevens de uwe is – te volgen.

Zonder te twijfelen aan de Uitkomst daarvan, want díe geeft u uit Handen.
Omdat u door Ervaring gemerkt heeft dat het niet langer raadzaam is om het Hoofd stijf te houden.
Kijk, en dáár is het wachten op.
Dàt is het langverwachte “Ja-woord”.
Dàn kunnen we aan het Werk.
Dàn boeken we Voortgang.

Ik begrijp u heeft alle Reden te twijfelen.
Want u kènt Mij niet eens.
Reden te méér om op Mijn Aanbod ín te gaan, want u kunt nú geen Kant meer òp.
Ik lòk u niet in de Val: Ik bèn uw Vijand niet.
Ik ben uw Meester, uw Lichtend Voorbeeld.
Ik ben Eén van u.
Ik ben nèt zo kwetsbaar als u, want zonder ú ben Ìk óók verloren.

Laten wij dan nú toch de Handen ineenslaan en SAMEN werken aan een Vruchtbare Toekomst; ònze Toekomst.
Huiveringwekkend?
Misschien. Want u weet niet wat Ik van Plan ben.
Maar dat is maar goed óók, want dàt Overzicht kan Ik u niet bíeden.
Dan werd u compleet gèk en dàt wil Ik u niet aandoen.
Daarom gaat het hier nú om Vertrouwen: “doet Ú maar.

Ik heb inmiddels zóveel van U ervaren dat ik de Stap nu maar eens moet nemen.
Argwaan heeft geen Zin meer: U bènt er “gewoon” voor mij…”.

U wilt verder?
Kom dàn over de Brug: er wordt vòl Verlangen naar uit gekeken…
Bedrog komt u niet meer tegen.
U moet leren (èn onthouden) dat u in een gehéél Andere Wereld terecht bent gekomen; de Wereld van Liefde en Geloofwaardigheid.
Want, lieve Mensen, het gaat hier over de Zelfliefde en dus de Zelfacceptatie en dan kòm je niet meer bedrogen uit.
Want de enige die zich kan laten bedriegen dat bent uzelf;
door uw goedgelovigheid Richting andere Mensen.
Ik bèn niet één van die Mensen; Ik ben GOD die alles regeert.
En dat is héél àndere Koek.
Dàn pas kom je tot je Recht.
Mede dank zij Míjn Doorzettingsvermogen Richting JÓU:
dàt heeft je Leven gered.
En je durft nu NOG NIET op Mij te vertrouwen?
Schaam je, schaam je díep: Ík ben uw Basis, Ík ben uw Levensadem…
Heb dat àlsjeblieft dóór: de Tijd is kostbaar en er moet nog zóveel gebeuren…

Wees wíjs met uzelf: er zit zóveel Goeds in u.
Dùrf dat òp te pakken, dùrf daar mee aan de Slag te gaan:
moge úw Wil geschieden, want Ík bèn er voor u…

…Dan is geen Zéé te hoog, geen Dàl te diep, dan zínkt u niet meer…
Maar dan moet u Mij wèl de Kans geven: tàst tóe.
De Tijd is rijp, de Overwinning nabij:
“WE SHALL OVERCOME…”

…En wie niet hóren wil, moet maar vóelen: wat je gewenst hebt krijg je tòch…
De Manier waaròp dat bepaal je zèlf.
Het is maar nèt hóeveel Ruimte geef je Me, hoezéér vertróuw je Me: hoe méér Ik voor je mag dóen, hoe beter het je gaat…

Afijn, jullie zúllen het ondervínden:
ook Ík kan heftig zijn, hoor!
Zonder jullie Píjn te willen doen, overigens.
Maar soms ís het niet anders: wie Zijn Kind liefheeft kastijde het… en ook dàt zal Ik niet nalaten…

De Grens is bereikt.
Goedschiks, kwaadschiks, hij ìs bereikt.
Eenieder heeft er voor moeten zwoegen, eenieder heeft er voor moeten zweten en ziedaar, het Resultaat mag er zíjn…

Mensen, u krijgt de Zegen mee want Ik laat u tòch niet vallen.
Tenzij u hélemaal niks meer van Mij moet weten; dàn slaat u Mij de Wapens uit Handen en wordt de Verbinding verbroken.
Niet Míjn Idee, maar soms het Idee van de Mensen…
…Tot Mijn Grote Spijt: ook Ík moet leren dat niet iederéén te helpen is, zelfs Mijn Eigen Kinderen niet…

Dag lieve Mensen, Ik hoop op uw Medewerking en Begrip.
Aan Míj zal het in ieder Geval NIET liggen…

Uw God,
met Tranen in Zijn Ogen:
“het is Me zóveel Waard…” ”

27.11.07
20.00 – 20.57 uur